dan is hij dus verboden. Voor 70% opgelegd betekent dus dat het redelijk alternatief gekozen moet worden, geen gewogen score dus. Natuurlijk is het mogelijk dat het behaalde eindresultaat langs een andere weg toch bereikt kan worden, en dat kan dan aanleiding geven tot een gewogen score. Maar niet het gedeeltelijk opgelegd zijn van een bieding. Is een bieding niet opgelegd, dan mag hij niet.
Het was de Langzame Pas van Jan Peter (Rodeo) hiervoor. Uitkomst H. Maar dat deed er allemaal niet toe (kennelijk).
De onderbouwing was precies zoals ik al schreef: 'opgelegde 3, maar niet voor 100%. Daarom een gewogen score gebaseerd op 70% tafelresultaat 4+1 en 30% PAS dwz 2C.
Wij waren OW. Wij waren geheel en al verbaasd over de uitspraak en ik heb dat ook nog (even) gezegd, maar er werd naar me gekeken van ...... Het was bovendien al laat, iedereen wachtte op de uitslag en het deed er voor de einduitslag van beide partijen niets toe. We besloten daarom niet verder heisa te maken en het hier voor te leggen.
Dit is de wereld op z'n kop. Zoals Rik en Martin al aangeven: na de OI mag noord wel of niet 3 bieden. Een tussenweg is er niet, of zijn de spelregels (alweer) gewijzigd . Als je 3 toestaat, is er geen gewogen arbitrale score mogelijk waar 2 deel van uitmaakt. De meesten staan 3 toe. Daarmee staat het tafelresultaat.
Je laat je partner niet zwemmen ondaks dat je geen biedplicht hebt. De antwoorden op een informatiedoublet zijn standaard, vierkaart op het laagst biedbare nivo belooft 0-7 pnt. in dit geval 2 . Het 3 rebid geeft aan 6+ kaart 5-7 pnt.
Het probleem is dat de PC hier een gewogen score gaf omdat 3 "70% opgelegd" was. Dat is het verkeerde argument. Als 3 70% opgelegd is, dan betekent dat hoogstwaarschijnlijk dat een significant gedeelte pas heeft overwogen en sommigen het daadwerkelijk ook gedaan hebben. In dat geval moet je 100% 2= schrijven. Een gewogen score kan alleen maar als zonder overtreding het eindresultaat langs een andere weg toch bereikt kan worden. Niet op dit spel dus.
Dit alles los van het feit of 3 toelaatbaar is. Er zijn argumenten om het te bieden. Aan de andere kant lijkt de denkpauze te suggereren dat Noord nog een keer moet bieden, dus er is een mogelijke overtreding. Om uit te zoeken of dat zo is kun je een enquête houden, naast het ondervragen van NZ. Maar daar komt in alle gevallen uit dat 3 óf wel óf niet toelaatbaar is, en niet dat het gedeeltelijk toelaatbaar is.
Als "pas " een LA is (volgens onderstaand recept van 16B1b) mag 3H niet meer meegewogen worden.
Een voor de hand liggende mogelijkheid is een mogelijkheid die door een significant aantal spelers van vergelijkbaar niveau en gebruikmakend van hetzelfde systeem serieus zou worden overwogen en waarvoor enkelen ook daadwerkelijk zouden kiezen.
Is daar jurisprudentie over? ik vind de formulering vreemd. 1 is immers al significant, maar enkelen moet toch minstens 2 zijn?
En die is zeker niet zoals hier gedaan is. 3 mag wel of niet. Mag het wel, dan laat je de score staan, mag het niet (3 is geboden op OI en pas is een redelijk alternatief), dan wordt het 2=. Geen gewogen score dus. Wat theoretisch zou kunnen (niet op dit spel) is dat 3 niet mag, maar dat er meerdere alternatieven zijn, waarvan sommige resulteren in het tafelresultaat. Dan zou een gewogen score mogelijk zijn met het tafelresultaat als component.
Wat ik eigenlijk bedoelde is jurisprudentie over de grootte van "significant" en "enkelen" in 16B1b. Ik zou denken dat de mening van één enkele speler die aan de criteria voldoet (vergelijkbaar niveau, systeem) al significant is, maar effe later moeten het er toch minstens 2 zijn, want "enkelen" is een subgroep van "significant".
Als iedereen zonder aarzelen 3 biedt en één denkt na over pas (of biedt het), dan zou ik niet willen zeggen dat een significant deel pas overweegt. Maar als er een aantal twee alternatieven ziet, en één ervan kiest voor pas, dan zou ik zeggen dat aan de voorwaarde voldaan is.
De arbiter moet dus in de enquête twee vragen stellen:
- welke biedingen overweegt u
- welke bieding kiest u.
Moet je in zo'n geval als dit als WL niet je verantwoordelijkheid nemen en de uitspraak van de PC naast je neer leggen? Hier is duidelijk dat de spelregels NIET juist zijn toegepast door de PC en dat behoort tot het domein van de WL.
Dus in dit geval de uitspraak corrigeren naar 100% pas.
De PC is bevoegd om een beslissing te nemen in dit geval, en dat gaat boven de beslissing van de arbiter. De arbiter is niet bevoegd om een PC te overrulen. Al zouden we dat hier best willen.
Maar hoe zit het dan met 93B3? Als de hoofdwedstrijdleider beslist tot b.v. geen gebruik van OI dan kan hij toch het advies van de PC - wel gebruik van OI - naast zich neerleggen?
Even voor de volledigheid: zo'n appeal is geen advies, maar een beslissing die de beslissing van de WL vervangt. Hierin kan een PC de volledige spelregels toepassen, behalve dat de PC een WL op het punt van spelregels of disciplinaire maatregelen volgens 91 niet kan overrulen (daarin kan het hooguit adviseren de beslissing te herzien). Bepalen of iemand OI heeft gebruikt is echter geen spelregelzaak, maar een beoordelingskwestie, en daartoe is de PC wel bevoegd. Dat daarna de spelregels verkeerd worden toegepast is geen zaak meer van de WL.
Of de bieding is opgelegd en pas is geen LA. Dan is er geen overtreding en komt er geen AS.
Of de bieding is niet opgelegd. In dat geval is de bieding een overtreding. Er komt dan een AS gebaseerd op het resultaat dat zonder de overtreding behaald zou worden. In dit geval wordt de AS dus gebaseerd op een pas en niet op een bod.
(Ik ga er even van uit dat er 2 mogelijke LA's zijn: Pas of bod, waarbij de OI het bod aantrekkelijker gemaakt heeft.)
De klok en de klepel
In een PC behoort een WL als lid te zitten die weet hoe het werkt.
WL in PC
Er zat een bekende bondsarbiter in .... Daarom ging ik twijfelen alhoewel ik meende geheel gelijk te hebben
Als een bieding in een OI-situatie niet opgelegd is
dan is hij dus verboden. Voor 70% opgelegd betekent dus dat het redelijk alternatief gekozen moet worden, geen gewogen score dus. Natuurlijk is het mogelijk dat het behaalde eindresultaat langs een andere weg toch bereikt kan worden, en dat kan dan aanleiding geven tot een gewogen score. Maar niet het gedeeltelijk opgelegd zijn van een bieding. Is een bieding niet opgelegd, dan mag hij niet.
Wat was dat eigenlijk voor een geval?
Geval
Het was het recente geval 'langzame pas'
groetjes
JP
Onderbouwing??
Hoe luidde de uitkomst en onderbouwing van de PC over dat geval precies??
Onderbouwing
Het was de Langzame Pas van Jan Peter (Rodeo) hiervoor.
H.
Uitkomst
Maar dat deed er allemaal niet toe (kennelijk).
De onderbouwing was precies zoals ik al schreef: 'opgelegde 3
, maar niet voor 100%. Daarom een gewogen score gebaseerd op 70% tafelresultaat 4
+1 en 30% PAS dwz 2
C.
Wij waren OW. Wij waren geheel en al verbaasd over de uitspraak en ik heb dat ook nog (even) gezegd, maar er werd naar me gekeken van ......
Het was bovendien al laat, iedereen wachtte op de uitslag en het deed er voor de einduitslag van beide partijen niets toe. We besloten daarom niet verder heisa te maken en het hier voor te leggen.
ZEEEEER CURIEUS
Dit is de wereld op z'n kop. Zoals Rik en Martin al aangeven: na de OI mag noord wel of niet 3
bieden. Een tussenweg is er niet, of zijn de spelregels (alweer) gewijzigd
. Als je 3
toestaat, is er geen gewogen arbitrale score mogelijk waar 2
deel van uitmaakt. De meesten staan 3
toe. Daarmee staat het tafelresultaat.
Langzame Pas
Je laat je partner niet zwemmen ondaks dat je geen biedplicht hebt. De antwoorden op een informatiedoublet zijn standaard, vierkaart op het laagst biedbare nivo belooft 0-7 pnt. in dit geval 2
. Het 3
rebid geeft aan 6+ kaart 5-7 pnt.
Dat was eigenlijk niet het probleem.
Het probleem is dat de PC hier een gewogen score gaf omdat 3
"70% opgelegd" was. Dat is het verkeerde argument. Als 3
70% opgelegd is, dan betekent dat hoogstwaarschijnlijk dat een significant gedeelte pas heeft overwogen en sommigen het daadwerkelijk ook gedaan hebben. In dat geval moet je 100% 2
= schrijven. Een gewogen score kan alleen maar als zonder overtreding het eindresultaat langs een andere weg toch bereikt kan worden. Niet op dit spel dus.
Dit alles los van het feit of 3
toelaatbaar is. Er zijn argumenten om het te bieden. Aan de andere kant lijkt de denkpauze te suggereren dat Noord nog een keer moet bieden, dus er is een mogelijke overtreding. Om uit te zoeken of dat zo is kun je een enquête houden, naast het ondervragen van NZ. Maar daar komt in alle gevallen uit dat 3
óf wel óf niet toelaatbaar is, en niet dat het gedeeltelijk toelaatbaar is.
Als "pas " een LA is
Als "pas " een LA is (volgens onderstaand recept van 16B1b) mag 3H niet meer meegewogen worden.
Een voor de hand liggende mogelijkheid is een mogelijkheid die door een significant aantal spelers van vergelijkbaar niveau en gebruikmakend van hetzelfde systeem serieus zou worden overwogen en waarvoor enkelen ook daadwerkelijk zouden kiezen.
Is daar jurisprudentie over? ik vind de formulering vreemd. 1 is immers al significant, maar enkelen moet toch minstens 2 zijn?
Nou en of dat daar jurisprudentie over is.
En die is zeker niet zoals hier gedaan is. 3
mag wel of niet. Mag het wel, dan laat je de score staan, mag het niet (3
is geboden op OI en pas is een redelijk alternatief), dan wordt het 2
=. Geen gewogen score dus. Wat theoretisch zou kunnen (niet op dit spel) is dat 3
niet mag, maar dat er meerdere alternatieven zijn, waarvan sommige resulteren in het tafelresultaat. Dan zou een gewogen score mogelijk zijn met het tafelresultaat als component.
jurisprudentie?
Wat ik eigenlijk bedoelde is jurisprudentie over de grootte van "significant" en "enkelen" in 16B1b. Ik zou denken dat de mening van één enkele speler die aan de criteria voldoet (vergelijkbaar niveau, systeem) al significant is, maar effe later moeten het er toch minstens 2 zijn, want "enkelen" is een subgroep van "significant".
Significant
Als iedereen zonder aarzelen 3
biedt en één denkt na over pas (of biedt het), dan zou ik niet willen zeggen dat een significant deel pas overweegt. Maar als er een aantal twee alternatieven ziet, en één ervan kiest voor pas, dan zou ik zeggen dat aan de voorwaarde voldaan is.
De arbiter moet dus in de enquête twee vragen stellen:
- welke biedingen overweegt u
- welke bieding kiest u.
Verantwoordelijkheid WL
Moet je in zo'n geval als dit als WL niet je verantwoordelijkheid nemen en de uitspraak van de PC naast je neer leggen? Hier is duidelijk dat de spelregels NIET juist zijn toegepast door de PC en dat behoort tot het domein van de WL.
Dus in dit geval de uitspraak corrigeren naar 100% pas.
Dat mag helaas niet.
De PC is bevoegd om een beslissing te nemen in dit geval, en dat gaat boven de beslissing van de arbiter. De arbiter is niet bevoegd om een PC te overrulen. Al zouden we dat hier best willen.
93B3
Maar hoe zit het dan met 93B3? Als de hoofdwedstrijdleider beslist tot b.v. geen gebruik van OI dan kan hij toch het advies van de PC - wel gebruik van OI - naast zich neerleggen?
Nee, dat kan niet.
Even voor de volledigheid: zo'n appeal is geen advies, maar een beslissing die de beslissing van de WL vervangt. Hierin kan een PC de volledige spelregels toepassen, behalve dat de PC een WL op het punt van spelregels of disciplinaire maatregelen volgens 91 niet kan overrulen (daarin kan het hooguit adviseren de beslissing te herzien). Bepalen of iemand OI heeft gebruikt is echter geen spelregelzaak, maar een beoordelingskwestie, en daartoe is de PC wel bevoegd. Dat daarna de spelregels verkeerd worden toegepast is geen zaak meer van de WL.
Je hebt helemaal gelijk
Of de bieding is opgelegd en pas is geen LA. Dan is er geen overtreding en komt er geen AS.
Of de bieding is niet opgelegd. In dat geval is de bieding een overtreding. Er komt dan een AS gebaseerd op het resultaat dat zonder de overtreding behaald zou worden. In dit geval wordt de AS dus gebaseerd op een pas en niet op een bod.
(Ik ga er even van uit dat er 2 mogelijke LA's zijn: Pas of bod, waarbij de OI het bod aantrekkelijker gemaakt heeft.)