Het staat mij bij dat er ergens in een WEKO wijzer een richtlijn heeft gestaan over de minimum eisen waaraan een Muiderberg moet voldoen: precies een vijfkaart hoog en minimaal een vierkaart laag en minder dan openingskracht.
Een paar vragen:
1. In welke WEKO-Wijzer staat dat?
2. Als iemand Muiderberg opent met een 5332 verdeling, kan dat gezien worden als een afwijking van afspraken conform art. 40. Echter - als ik het goed heb begrepen - doe je er als arbiter goed aan ervan uit te gaan dat die afwijking niet de eerste keer (ook al is dat wel zo) is, en het geval te behandelen als zijnde verkeerde uitleg.
Kunnen jullie wat licht in de duisternis scheppen?
Op 1 heb je het antwoord al gevonden.
Blijft over 2. De algemene regel is dat het niet verboden is om af te wijken, mits het een incident betreft. Anders hebben we te maken met een (impliciete) afspraak die aan de tegenstanders moet worden meegedeeld. De speler zal dus behoorlijk zijn best moeten doen om de arbiter ervan te overtuigen dat het echt een incident is, want de arbiter is verplicht om in geval van twijfel uit te gaan van verkeerde uitleg. Als je weet dat het paar in kwestie het nooit doet, dan kun je aannemen dat het een incident is. Maar als je die kennis niet hebt, dan moet je inderdaad vaak aannemen dat het niet de eerste keer was en dus verkeerde uitleg.
Overigens is dit niet uniek voor Muiderberg. Het is vaker zo dat er kleine afwijkingen plaatsvinden in bestaande afspraken. In de overgrote meerderheid van de gevallen beslist de arbiter dat het verkeerde uitleg is. Je moet een heel goed verhaal hebben om de arbiter te overtuigen.
Gevonden .
Ik kreeg geen reacties, dus ben maar op zoek gegaan ... en gevonden. WEKO-wijzer 88 en daarna is het nog behandeld door Ton Kooijman in de Weko-wijzers 96 en 97.